De Europese industrie staat voor stevige uitdagingen. Begin 2026 kwamen ondernemers en Europese beleidsmakers samen om de dalende concurrentiekracht van de EU te bespreken en oplossingen voor te stellen. Stijgende energieprijzen, regeldrift en een versnipperde Europese markt vormen de grootste knelpunten. Hoewel de concrete uitkomsten van deze gesprekken nog niet bekend zijn bij publicatie van deze blog, is de algemene boodschap wél duidelijk: de transitie naar een duurzame economie gaat onverminderd door. En nu de laaghangende vruchten van de verduurzaming geplukt zijn, is er nood aan een krachtige hefboom om de volgende mijlpalen te bereiken. Restwarmte kan die hefboom zijn.
Decarbonisatie van de industrie
De industrie is een grote bron van CO₂-uitstoot, een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Europa streeft via de Green Deal naar klimaatneutraliteit in 2050 en wil de uitstoot in 2030 met 55% reduceren ten opzichte van 1990. Dit zijn ambitieuze doelen die ingrijpende maatregelen vereisen.
Europa zet zowel financiële prikkels als bindende regelgeving in: meer dan 1.000 miljard euro aan duurzame investeringen voor 2030. Tegelijkertijd wordt het Emission Trading System (ETS) uitgebreid. Dit systeem werkt als een CO₂-tax waarbij bedrijven per ton uitgestoten CO₂ een certificaat moeten kopen. De prijs kan tegen 2030 oplopen tot 150 euro per ton CO₂, een kost die bedrijven flink treft en ook de energierekening van gezinnen fors verhoogt.
Deze vooruitzichten maken verduurzaming dringend, maar ook complex. Elektrificatie van de industrie is onvermijdelijk, maar elektriciteitsprijzen zullen niet snel dalen. Daarom is er een extra hefboom nodig om de overgang betaalbaar en haalbaar te maken.
De waarde van restwarmte
Restwarmte is warmte die vrijkomt bij industriële processen, maar verloren gaat omdat ze niet nuttig wordt ingezet. Een simpel voorbeeld: bij een laptop wordt bijna alle elektrische energie uiteindelijk als warmte afgegeven – hetzelfde principe geldt bij industriële processen.
In Europa komt jaarlijks ongeveer 2.860 terawattuur aan restwarmte vrij. Dat is vergelijkbaar met de elektriciteitsproductie van 400 kerncentrales. Hoewel niet alle restwarmte herbruikbaar is, is het potentieel enorm en ligt het vaak letterlijk voor het oprapen.